En ja hoor, daar is hij dan eindelijk. Mafia II. Wat hebben we lang op deze game gewacht, wat hebben we een hoop trailers gezien en met welke verbazing hebben we de afgelopen dagen de reviews van andere sites gelezen. De ene geeft een vier, de ander een negen. Nou, ze kunnen ons wat, wij trekken lekker onze eigen conclusie. En daarbij kijken we ook of de vergelijking met GTA IV en Red Dead Redemption die anderen trekken terecht of onterecht zijn, en natuurlijk of je deze game moet kopen of misschien toch stiekem niet. Maar eerst, het verhaal.
En daar was hij dan ineens; Starcraft 2. Twaalf jaar na Brood War, en ruim drie na de aankondiging ervan. Het mocht even duren dus. In de regel betekent dat vaak dat een spel enkel nog tegen kan vallen. Er is in de geest van de hedendaagse internetpuber namelijk maar een beperkte curve waarop iets interessant blijft. Ik weet bijvoorbeeld ook vrij zeker dat als Alan Wake één of twee jaar eerder was uitgekomen, en niet dik vier jaar na de eerste gameplaytrailer, hij een stuk positiever ontvangen zou zijn. Toch hebben we het hier wel over Blizzard, een bedrijf dat sinds het begin der tijden nog nooit iets fout heeft gedaan. En deden ze dat wel, dan brachten ze gewoon iets uit dat alles weer goed maakte. We hoeven denk ik niet meer te zeggen dat de verwachtingen zeer hoog gespannen waren voor Starcraft 2, maar laten we nu toch maar eens kijken of de beloftes een beetje waargemaakt worden.
Deze 'kleintjes' rubriek is voor games die je aantreft bij een iPhone, NDS, PSP, Downloadable Content (DLC), XBL Arcade, WiiWare, PSN, Steam, On Live, etc.. Crap games waar we liever niet al teveel woorden aan vuil willen maken, krijgen op deze zelfde plek hun '15-words-of-fame'. In deze iPhone games round-up: Grokion, Parachute Ninja en Helsing’s Fire.
Wat geef je iemand voor zijn verjaardag die alles al heeft? Een lastige vraag waarmee we allemaal wel eens te kampen hebben gehad. Je kan de jarige Job natuurlijk niet een opgeblazen papieren zak geven met wat lucht er in. Maar dat is voor mijn gevoel wel precies wat Raven, de makers van Singularity, gedaan heeft. U bent de jarige in dit verhaal en mocht u de game gaan kopen is een lege zak met warme lucht, uw cadeau. Maar hoe komt het dat de game heel wat lijkt maar inhoudelijk niet zo veel voorstelt? Nou, het probleem zit hem in het feit dat de First Person Shooter markt er één is die zwaar verzadigd is. Enkel een game die een hele intense beleving kan brengen of iets nieuws aan het genre toevoegt zal overleven. Of er moet natuurlijk een geweldige moeltiplayer in zitten. Singularity, has none of the above.
Het is lang geleden dat we voor het eerst iets schreven over deze reeks. Wat begon met twijfel, bleek al snel een best aardige game te zijn. Als Super Agent vrijelijk huishouden in een kleurrijke open wereld bleek een leuke toevoeging te zijn op het open wereld concept waar GTA ons mee verwend heeft. Toch waren er nog redelijk wat punten van kritiek, vele punten die door de lekker overdreven gameplay toen nog vergeven werden. “Dat maken ze in deel 2 wel goed”. Eindelijk zijn we zover dat dit vervolg in de schappen ligt. Heeft het de verwachting waargemaakt? Blijkt de uiterste vreemde keus om zombies aan de mix toe te voegen een goede te zijn geweest? *spoiler* Het antwoord is: Nee, maar dat antwoord geldt ook voor de vraag “Is het absolute bagger?”.
Was ik een paarse broek bij From software geweest had ik deze game een subtitel gegeven. Demon’s Souls – deaud gaan was nog nooit zo kudt. Misschien lacht u nu in uw vuistje en denkt: “Die JungleJack, wat een nep gamert is dat dan!” Dames en heren, dat mag. Maar als u een van de personen bent die Demon’s Souls heeft gekocht of bij een ander heeft gespeeld dan weet u precies wat ik bedoel. Demon’s Souls is hardcore. Een hardcore game zoals je die maar zelden ziet en die op bepaalde momenten het beste bij u naar boven zal halen. Als u tenminste een gamert bent met doorzettingsvermogen.
Vanaf de eerste dag dat ik lucht kreeg van deze game heb ik me er op verheugd. Direct bij de eerste teaser was al duidelijk dat dit Mario Kart op steroïden zou zijn. Met twintig man op bestaande tracks in L.A., San Francisco, Hackney (wie kent het niet) en het prachtige maar ruige Barcelona racen. Eindelijk eens lekker raggen en knallen in vette bakken zonder lieve beestjes er in, maar met explosies, dood, verderf en boven al... HD graphics. Al die voorpret heeft echter één klein probleem: je gaat de game in gedachte hoger en hoger tillen tot een punt dat hij niet meer aan de verwachten kan voldoen, hoe goed de game verder ook is. Was ik even verrast toen bleek dat deze titel wél aan die hoge verwachtingen voldeed.
SSV is zo'n typische game waarbij de aanprijzing door vrienden verpakt wordt in de woorden "zien is geloven". Ik kan in geuren kleuren vertellen hoe spectaculair deze racegame zich op je netvlies forceert, daarbij uitweiden over de specifieke pracht en praal die deze game een must-have maakt voor arcade-racerts. Maar welke woorden ik ook kies, ze kunnen deze game nooit recht aan doen. Maar toch... je moet wat, en dus zal ik eerst beginnen met een toelichting op deze uitspraak: "na een kwartier wilde ik mijn Xbox uitzetten en het schijfje niet eens als onderzetter gebruiken, puur uit angst dat ik een een epileptische aanval krijg iedere keer als ik een drankje drink."
Opendeuropmerking: Vroeger waren games simpeler opgezet dan nu. Er was een dreiging, zij waren de slechterikken en jij had een wapen. Talloze vijanden later en je had de wereld gered van de ondergang. We vroegen ons niet af waarom we ze afknalden. Ze waren slecht, en verdienden daarom een nekschot. Door de jaren heen is dit verschoven, en werd een goed en kloppend verhaal steeds meer van belang. Ontwikkelaars brachten meer drama, soap-achtige taferelen en plottwists om de gamer aan zijn buis gekluisterd te houden. Dit zorgde ervoor dat het verhaal de actie voortaan moest gaan verantwoorden, met als gevolg dat de actie werd aangepast om het geheel kloppend te houden. In veel gevallen komt dit tot zijn recht, maar soms, heel soms kan een game zich beter bij zijn roots houden. Dead to Rights: Retribution is zo’n geval. Het wil een klassieke beat-em-up zijn, maar tegelijkertijd een verhaal vertellen.
Toen in 2003 "The Sands of Time" uitkwam was ik aangenaam verrast, met nadruk op verrast. Het originele Prince of Persia (I&II) heb ik scheel gespeeld, maar na het eerste 3D avontuur (1999) van mijn oude held was ik van mening dat hij op de bank mocht blijven zitten met Larry, The Duke, Sonic en andere vergane glorie helden. Vier jaar later bleek die bank niet doorgezakt, mijn held was terug.. en hoe! Helaas waren de opvolgende delen en zijsprongen weer wat minder tot aan de 'reboot' in 2008. Ons eigen Shmorky heeft dat spel zelfs een 9 gegeven, een cijfer waar ik het stellig mee eens was overigens. En nu is er de re-reboot, een direct vervolg op TSoT. Mijn verbazing was dan ook groot dat het me lukte om TFS uit zijn handen te gritsen. Wist hij iets dat ik niet wist?
De brandende zon laat het dorre landschap glinsteren in de hitte. Hier en daar groeit er een cactus of wat taai struikgewas. In de verte rijzen de mesa's op, roodbruine bergen die recht uit de grond omhoog lijken te schieten. Hoog boven de stoffige leegte vliegen gieren op zoek naar aas. Opeens klinkt er geschreeuw en geblaf. Mijn paard briest zenuwachtig. Ik haal mijn Winchester uit het holster op mijn rug en hou het geweer in de aanslag, terwijl ik in de richting het lawaai rijd. Het blijkt afkomstig te zijn van een roedel coyotes die een man aanvalt. Ik leg aan en schiet een paar van de dieren dood. Voor het slachtoffer is het al te laat. Hij ligt levenloos in een plas bloed. Ik haal zijn zakken leeg, bestijg mijn paard weer en geef het de sporen. Welkom bij Red Dead Redemption.
Ok, voordat jullie me straks allemaal voor ruggegraatloze lafaard uitmaken; je moet je even voorstellen dat ik me tijdens deze review moederziel alleen in een donker appartement in een kansenwijk van Frankfurt bevond. Niet dat ik iets tegen Duitsers of immigranten heb, maar de meeste van mijn buren spreken noch Duits noch Engels, wat enige licht-vriendschappelijke binding nogal moeilijk maakt. Sterker nog, het enige contact dat ik vooralsnog met de buren heb gehad is een vriendelijk doch dringende bonk op de muur als m'n geluid weer eens te hard stond. Waarom ik dit vertel? Nou, ik vond Alan Wake eng, bij vlagen best wel heel eng eigenlijk. En nee, dan bedoel ik niet dat ik gillend achter m'n scherm zat. Als het je weet te pakken is Alan Wake typisch zo'n game die je laat wensen dat er iemand naast je zat. Het ontwricht je gevoel van veiligheid (ofzo). Net als The Ring, daar kon ik destijds ook heel slecht tegen. En nog zou ik heel hard maken dat ik wegkwam als ik ergens een klein meisje in een witte nachtjapon tegen zou komen.
Aan de ene kant is het heel gemakkelijk voor mij persoonlijk om een Monster Hunter review te schrijven. Ik heb ze namelijk allemaal stuk voor stuk gespeeld. Dat is mooi natuurlijk omdat ik een vergelijking kan trekken met de vorige titels, maar er huist ook het houden-van gevaar in. Maar met dit in het achterhoofd kan ik zeggen dat Monster Hunter Tri, een echte Monster Hunter game. Dus met de irritaties, hoera-momenten en been-there-done-that gevoelens. En het feit dat Monster Hunter Tri aanvoelt zoals eerder games, geeft te kennen dat er niet bijster veel is veranderd ten opzichte van de vorige games.
Een speciale controller, een telefoon met uitgebreide gamefunctie, een 3D speeltje, een nieuwe schermtechniek, zo nu en dan proberen we hier bij Gamert wel eens ons licht te laten schijnen op de hardwarekant van onze geliefde hobby. Niet per se op de ingewanden van console of PC, dat is allemaal wat te technisch, maar des te meer op leuke randapparaten. Dingen die het gamen (of de zogenaamde ’gamerslifestyle’ – bwuehh) net dat beetje extra geven. Na een paar mailtjes richting Soundblaster kregen we even geleden hun wireless World of Warcraft Headset binnen. Een door Blizzard gelicenseerde koptelefoon, draadloos in ons geval, ontwikkeld door de audioboeren van Soundblaster. Nou, dat dit ding inmiddels aardig wat keer over de toonbank gegaan zal zijn, hoef je ons niet meer te vertellen. Alles wat je aan World of Warcraft linkt verandert momenteel in goud. Zelfs deze debiele muis en dit idioot lelijke keyboard van muizenmaker SteelSeries verkopen goed. Of het allemaal ook kwalitatief mooi spul is, moet echter nog maar blijken.
Bijna de hele JRPG wereld is de afgelopen tijd in de ban geweest van Final Fantasy XIII. Begrijpelijk omdat Square Enix erachter zit, maar hierdoor is Resonance of Fate behoorlijk onopgemerkt gebleven. En dat is phockin’ onterecht. Ik weet dat mijn mening er slechts één van de vele is, maar persoonlijk heb ik meer plezier beleefd aan Resonance of Fate dan aan Final Fantasy XIII. Waarom? Resonance of Fate is hardcore. Ik heb een godsknakende hekel aan de term, maar omdat het nu eenmaal zo werkt tegenwoordig is Final Fantasy XIII de Kirby onder de JRPG’s, waar Resonance of Fate de Jack uit Madworld is.
Als je ooit een controller in handen hebt gehad, van welke console dan ook, dan ken je waarschijnlijk Splinter Cell en weet je dat het ooit een Xbox paradepaardje van topkwaliteit was. Ubisoft weet dat jullie dit weten, en wilde daarom in geen geval haar fans teleurstellen. Het feit dat men twee jaar geleden de titel in zijn geheel terug naar de tekentafel heeft gezonden is daar een bewijs van. Het feit dat ze durven te vernieuwen ook trouwens, maar daarover meer onder het kopje 'teleurstellingen'. Kwaliteit is in ieder geval wat je ervoor krijgt. Dus laten we meteen in het diepe duiken en beginnen met wat er wel k*t is aan dit spel.